Eiercrisis: mediatraining voor NVWA-inspecteur broodnodig

Eiercrisis: mediatraining voor NVWA-inspecteur broodnodig

Crisismanagement en crisiscommunicatie blijven lastige zaken. Als de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel en WarenAutoriteit (NVWA) inzake de eiercrisis een goede mediatraining had gehad plus een sterke boodschap dat de veiligheid en de gezondheid van de bevolking bij de NVWA altijd op de eerste plaats komen, dan had hij  eier-etend Nederland niet zo in verwarring achtergelaten na zijn interview met Nieuwsuur.  Maar dat was nog niet alles: ook had hij van te voren beter de violen gelijk gestemd met de brancheorganisatie LTO. Zelfs al had hij een minder plezierige boodschap voor die club.
Bij twijfel niet oversteken. Dat laatste geldt vooral als het gaat om de voedselveiligheid, zou je denken. Maar wie naar het interview met plaatsvervangend NVWA-chef Van Zoeren heeft gekeken, zal zijn twijfels hebben over zijn aanpak van de eiercrisis. Tijdens het interview met Nieuwsuur werd duidelijk dat van zo’n tachtig bedrijven nog niet zeker is of nog meer eieren besmet zouden zijn met het giftige anti-luizenmiddel fipronil. “Dat is misschien ernstig of misschien niet ernstig”, zei Van Zoeren daarover zonder een spier in zijn gezicht te vertrekken. Intussen viel de dienstdoende journaliste Mariëlle Tweebeeke samen met de rest van Nederland door die laconieke uitspraak zowat van hun stoel. Als die man ooit een mediatraining zou hebben gehad, dan had hij er kennelijk niet veel van opgestoken.

Mediatraining helpt, maar heb wel een goede boodschap!

Ook was het wonderlijk om uit de mond van de plaatsvervangende inspecteur-generaal Van Zoeren te vernemen dat de NVWA om juridische redenen pas mocht optreden tegen bedrijven als de uitslagen binnen zijn en dat duurde nog tot het weekend. Met andere woorden: of er nu wel of niet mensen ziek worden, dat maakt niet uit; we moeten eerst wachten of een consumptieverbod van eieren juridisch gestaafd kan worden. Met zo’n onderliggende boodschap kun je echt niet naar de media stappen. Zelfs met de beste mediatraining wordt deze eiercrisis geheid een mediaramp van jewelste.

Geen kaas gegeten van omgaan met de media

Misschien dat met het sullige optreden van de NVWA ook wel de wet van Murphy van kracht was. Van Zuren moest immers als plaatsvervangend inspecteur-generaal de honneurs waarnemen. Misschien wel omdat zijn baas net met vakantie was. Hij was misschien wel niet gewend en ook niet getraind om bij zoiets als deze eiercrisis voor het voetlicht te treden. Nu moest hij opeens beslissingen nemen en die uitleggen aan de media. Duidelijk was in ieder geval dat hij van het omgaan met de media onvoldoende kaas had gegeten. Hij had geen centrale boodschap, liet zich door de journalist leiden. Iedereen die wel eens een mediatraining heeft gevolgd, zag precies hoe het dus niet moest. Hoe door foutieve communicatie de eiercrisis almaar groter werd.

Veiligheid staat voorop

Misschien ook had hij zich laten overbluffen door de juristen in zijn crisisteam. Die zullen ongetwijfeld geroepen hebben dat er heel wat juridische claims tegen de NVWA zullen worden ingediend. Zeker als mocht blijken dat het tegenhouden van de batches met eieren waarover twijfel bestond ongegrond zouden zijn. En misschien juist daarom had Van Zoeren geen goed verhaal te vertellen bij Nieuwsuur. Want anders had hij met volle overtuiging kunnen vertellen dat bij de NVWA de veiligheid voorop staat. Dat men daarom liever het zekere voor het onzekere neemt en dat de NVWA daarom heeft besloten om de resultaten van de onderzoeken af te wachten alvorens de verkoop van verdachte eieren weer vrij te geven.

Schade ontstaat vooral door imagoverlies

Het probleem met crisismanagement en crisiscommunicatie is dat directieleden bij hun beslissing hun oren in de regel vooral laten hangen naar de juristen en minder naar hun communicatieadviseurs. Niet dat die laatsten altijd gelijk hebben. Ook hier ligt vaak de waarheid in het midden. Maar feit is wel dat juristen zich vooral bezig houden met de tastbare schade, zoals financiële claims. Zelden denken ze aan de reputatieschade als gevolg van een crisis. Als zich dit bij deze eiercrisis ook heeft voorgedaan dan is dit een gemiste kans. Vooral omdat volgens onderzoek dikwijls blijkt dat bij crisissituaties de schade in de meeste gevallen verreweg wordt overtroffen door niet tastbare schade, zoals imagoverlies. En het is juist erg lastig om die weer te herwinnen.
U kent wellicht ook het gezegde: een goed imago komt te voet, maar vertrekt te paard…
(nvda: dit blogje is een dag na het mediaoptreden van de plaatsvervangend inspecteur-generaal Van Zoeren geschreven en de uitslagen van het onderzoek waren nog niet bekend)

Over de auteur

Evert van Wijk geeft mediatraining aan het bedrijfsleven en de politiek. Voor meer informatie https://mediatrainingbenelux.nlmediatraining

Waarom Donald Trump beter geen ruzie maakt met de media

Als je ruzie maakt met de media dan win je nooit de verkiezingen, zeg ik altijd tijdens mediatrainingen. Tenzij je Donald Trump heet. Ik kreeg die les lang geleden toen ik als jonge communicatiespecialist werkzaam was bij een chemische multinational. Mijn Amerikaanse baas zei me toen: ‘never ever have a pissing contest with a skunk’ (stinkdier),  waarmee hij de media bedoelde. Waarna hij er fijntjes aan toevoegde: ‘…because the media always smell harder…’

Aangezien de Amerikaanse verkiezingen toch alleen maar over seksschandalen gaan en hoe mannen hun vrouwen behandelen, vroeg ik me af wat erger is? Een president, zoals Bill Clinton, die vanuit zijn positie als machtigste man van de wereld het aanlegde met een jonge en betrekkelijk weerloze stagiaire, Monica Lewinsky genaamd? Of een (kandidaat-)president die nogal behoorlijk grof gebekt uit de hoek kan komen? Want los van wat vage claims van vrouwen over handtastelijkheden zijn er tot nu toe geen concrete gevallen bekend als zou Trump net als Bill Clinton een stagiaire hebben misbruikt?

Beter vies praten dan vies doen

Puur rationeel gezien zullen de meesten onder u het gedrag van Bill Clinton verwerpelijker vinden. Donald Trump weet dat ook. Daarom voerde hij de voor de hand liggende verdediging aan dat je beter vies kunt praten dan vies kunt doen, duidend op de Lewinsky-affaire. Maar bij de media had hij het verbruid, dus die hadden daar geen oren naar. Trump was een seksist die niet veel op had met onafhankelijke vrouwen en  gendergelijkheid. Zo joeg hij zowat de helft van het kiespotentieel tegen zich in het harnas. En sinds de donderpreek van Michele Obama lag Trump nagenoeg helemaal in de touwen.

Tijdens het laatste debat gaven de media hem een laatste uppercut. Dit naar aanleiding van zijn uitspraak dat hij de verkiezingsuitslag niet bij voorbaat zou accepteren. Massaal doken de media op deze uitspraak die erop neer kwam dat  Trump kennelijk niet van plan was om bij verlies zich bij een democratisch gekozen meerderheid neer te leggen. Trump werd geframed als een anti-democraat.  En zoiets is in de VS nog erger dan communist te zijn ten tijde van het hoogtepunt van de koude oorlog. Als hij echter in één lopende zin zou hebben gezegd dat hij natuurlijk de verkiezingsuitslag zou respecteren, tenzij hij aanwijzingen zou hebben dat er met de resultaten geknoeid zou zijn, dan had hij deze mediarel kunnen voorkomen.

Beter dan god

Trump is natuurlijk niet achterlijk, zoals vele media hun publiek willen doen geloven. Maar die laatste uppercut heeft hij wel over zich afgeroepen. Maar hoe komt dat nou dat hij zo blundert? Luistert hij niet naar zijn adviseurs? Zou hij het niet nodig vinden om zich te omringen met mensen die hem op dat terrein de nodige ondersteuning kunnen geven? Of maakt het allemaal deel uit van een uiterst slimme communicatiestrategie? Want in tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn de verkiezingen van 8 november nog geen gelopen race. Zeker als Hillary Clinton de aanhangers van Trump classificeert als een stelletje deplorables & losers. Nu heb ik niet de pretentie om beide presidentskandidaten de les te lezen, maar in zowat iedere mediatraining hoor je toch dat je vooral over je eigen sterke punten moet spreken en niet teveel moet kankeren op de tegenpartij. Want dat laatste is vaak contra-productief.