Mediatraining helpt bij journalistieke overval

Mediatraining helpt bij journalistieke overval

Praat nooit met de media als je geen verhaal hebt voorbereid, want je bent geheid binnen de kortste keren ‘dead meat’, zeg ik altijd tijdens mediatraining. Maar hoe pak je de zaak aan als je plotseling door Tros Radar of op z’n ‘Rutgers’ door de camera wordt overvallen? Zelfs voor mensen die al heel wat mediatraining in hun leven gehad hebben, blijkt dat niet altijd even eenvoudig. Maar het leren omgaan met een journalistieke overval is in een goede mediatraining wel degelijk te leren.

Mediatraining gaat niet alleen over regie houden over je boodschap

Je hoeft s’-avonds maar naar het journaal te kijken en er is een grote kans dat je getuige bent van een of meerdere journalisten die ongevraagd een politicus bespringen. Degenen die weten hoe ze die journalisten op een professionele wijze van zich af weten te schudden, haal je er meteen uit. Ze blijven vriendelijk glimlachen, tonen begrip voor de journalist die tenslotte ook zijn werk moet doen, blijven niet stilstaan, maar stappen met ferme treden naar hun bolide of de deur van de vergaderzaal, terwijl ze vermijden om inhoudelijk op de vraag in te gaan. Wel leggen ze vaak uit waarom ze nog niet kunnen reageren of vertellen ze dat er binnenkort zeker nog een reactie zal volgen.

Mediatraining gaat ook niet alleen over het omgaan met vraagvalkuilen

Ook bedrijven hebben in toenemende mate met een journalistieke overval te maken. Eigenlijk is vandaag de dag iedereen met een camera journalist. En als je op een vlog of op de lokale omroep een bok schiet ter grootte van een olifant, dan zit je voor je het weet ’s-avonds in het NOS-journaal. Daarom gaat een goede mediatraining al lang niet meer alleen over regie houden en leren omgaan met de vraagvalkuilen.

Mediatraining moet ook gaan over omgaan met een journalistieke ambush

Mediatraining moet vandaag de dag ook gaan over de vraag hoe je omgaat met een journalist die met een camera op een dag ongenood uw bedrijf binnenvalt. Ben je als bedrijf slachtoffer van een ambush dan is het zaak om door de kijkers vooral aardig gevonden te worden en de confrontatie zo kort mogelijk te houden. Hoe je dat doet is niet altijd eenvoudig. Ga in ieder geval nooit in discussie voor het oog van de camera. Dat is natuurlijk wel precies wat de journalist graag zou willen hebben, maar daar moet u echt niet intrappen. Het levert voor hem natuurlijk wel spannende tv op, maar het is killing voor uw beeldvorming.

Mediatraining maakt van u het ‘meewerkend voorwerp’

Tijdens een goede mediatraining leert u in de eerste plaats hoe u in de ogen van de kijker het  ‘meewerkend voorwerp’ wordt. Dat doe je door te verklaren dat de klacht of ‘whatever it is’ waarover u ‘ge-ambusht’ uiterst serieus neemt. Geef ook meteen aan dat je er snel op terug gaat komen, of je de contactgegevens van de journalist mag noteren, zodat je snel een afspraak kunt maken.

De journalist zal natuurlijk blijven aandringen de afspraak nu meteen te willen hebben. Blijf kalm en herhaal dat het nu niet kan. Maar dat het, zoals gebruikelijk, wel kan na een afspraak. Bied hem vooral geen koffie aan, zoals door sommige mediatrainers wel eens geadviseerd wordt. Blijft hij intussen doorfilmen, verzoek hem rustig te stoppen. Leg uit dat hem geen toestemming is verleend. Mocht hij toch blijven doorgaan, herhaal uw verzoek op rustige wijze en voeg er aan toe dat u de politie gaat bellen, mocht de journalist blijven volharden. Blijft hij ondanks alles toch doorfilmen, voeg dan de daad bij het woord en bel de politie.

 

Mediatraining is vooral ook vlieguren maken

Mediatraining leer je niet alleen uit een boekje, zeg ik altijd. Omgaan met lastige journalisten is vooral ook doen, doen en nog eens doen, ofwel vlieguren maken. Zeker het oefenen van een overval kun je vaak niet genoeg doen. Veel elementen, zoals het durven weglopen als je door een horde journalisten wordt overvallen, gaat vaak tegen onze basale gevoelens van fatsoen in. Daarom vergt een journalistieke overval de nodige oefening en doortastendheid. Eigenlijk is het een evenwichtsoefening tussen assertiviteit en empathie. Maar het omgaan met de journalistieke overval is tijdens mediatraining wel degelijk te leren!

Bent u op zoek naar een mediatraining waarin u leert omgaan met de journalistieke overval, bel 06 427 797 41 of mail naar info@mediatrainingbenelux.com en we nemen asap contact met u op. 

Miste de nieuwe burgemeester van gemeente Sluis tweemaal de boot?

Miste de nieuwe burgemeester van gemeente Sluis tweemaal de boot?

Lastig als je net de veerboot mist. Zeker als je daardoor te laat dreigt te komen op je eigen installatie als burgemeester. Dat overkwam Marga Vermue, de kersverse burgemeester van de gemeente Sluis. Maar gelukkig was daar de reddingsmaatschappij die haar met een supersnelle boot van Vlissingen naar Breskens bracht. Maar miste ze hierdoor niet voor de tweede keer de boot? Want een dergelijk privilege is natuurlijk niet weggelegd voor de gewone sterveling. Vanuit perceptieoogpunt dus niet zo handig…
veerboot Vlissingen-Breskens
Nee, ik heb geen appeltje te schillen met de bestuurders van de gemeente Sluis. Want dat zult u misschien denken nu ik me voor de tweede keer binnen een maand kritisch uitlaat over die gemeente. Waar het wel over gaat is perceptiemanagement. Want dat is mijn business. Maar wat heeft dat met een gemiste veerboot te maken?

De veerboot missen is altijd lastig

De veerboot is meedogenloos. Het is me al meermaals overkomen dat ik door een vertraging op Schiphol de trein naar Vlissingen nog wel haalde, maar te laat was voor de veerboot van Vlissingen naar Breskens. Er zit dan niks anders op om een hotel te nemen of iemand te bellen die je wilt komen oppikken.
Nee de veerboot missen is lastig en dat heeft de nieuwe burgemeester ook mogen ervaren. Ze was met de fiets helemaal vanuit het verre Noord-Brabant gekomen. Misschien had ze behoorlijk wat tegenwind gehad? Een lekke band? Of was ze gewoon niet op tijd vertrokken? In ieder geval was ze te laat en de boot wacht niet. Zelfs niet voor een burgemeester. Zoals de boot ook niet wacht op een ondernemer die een belangrijke afspraak heeft of een scholier of student op weg naar een belangrijk examen.

Het ongemak van de boot is iets democratisch…

Wellicht zouden er in Sluis heel wat mensen op de burgemeester hebben moeten wachten als ze niet het geluk zou hebben gehad dat iemand die reddingsboot voor haar had kunnen ritselen. Maar ze had naar mijn gevoel pas echt een statement gemaakt als ze die boot aan haar voorbij had laten gaan. Immers, het ongemak van de boot is iets democratisch. Het geldt voor iedereen.
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatraining aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media. 

Zou nieuwe topvrouw 2017 Ingrid de Graaf mediatraining hebben gehad?

Toen ik gisterochtend op het nieuws hoorde dat Ingrid de Graaf de nieuwe topvrouw 2017 was geworden, moest ik meteen terugdenken aan een van haar voorgangsters  die ik enkele jaren geleden mediatraining had gegeven. Eigenlijk was het niet zozeer een mediatraining, maar een soort therapeutische sessie om het vertrouwen in journalisten te herstellen. Want dat had een harde knauw gekregen nadat ze door twee onbenullen van journalisten tijdens een zogezegde mediatraining ‘vakkundig’ in de vernieling was geholpen…
Mediatraining is een vak, zeg ik sindsdien. Maar laat ik eerst kort uitleggen wat er gebeurd was.

Net als Ingrid de Graaf, maakte ze voordien kans om topvrouw van het jaar te  worden. Dat zoiets de nodige mediabelangstelling met zich mee zou brengen was duidelijk. Daarom besloot ze een mediatraining te volgen. Gedurende die zogezegde mediatraining die meer weg had van een crisismediatraining hadden twee bekende tv-journalisten de hele dag op haar in zitten beuken met lastige vragen. Het uiteindelijke resultaat werkte averechts. Want het overheersende gevoel dat ze van die twee prutsers had overgehouden, was enorme faalangst. Alleen al bij het woord journalist dreigde ze als een bang vogeltje van haar stokje te vallen.

Journalistentrauma

Via via kreeg ik de vraag of ik haar nog wat bijkomende mediatraining wilde geven. Al bij aanvang van die sessie stelde ik vast dat haar fobie voor journalisten diep, heel erg diep zat. Het kostte me eerst ruim een halve dag om het opgedane journalistentrauma een plaats te geven. Daarna zijn we weer samen gaan bouwen. Toen ze kort daarna inderdaad topvrouw van het jaar werd, wist ze tijdens haar vele mediaoptredens gelukkig uitstekend haar ‘mannetje’ te staan.

Wat dit incident in ieder geval duidelijk maakt, is dat journalisten niet bij voorbaat geschikt zijn voor het vak van mediatrainer. Zoals waarschijnlijk ook niet iedere topvoetballer geschikt is voor het vak van voetbaltrainer.

Waakhond van de democratie

Natuurlijk moet een goed mediatrainer uiteraard voldoende kennis van en inzicht hebben in het functioneren van de media. Maar zeker zo belangrijk is ook dat hij beschikt over voldoende psychologisch inzicht. Daarnaast moet hij in staat zijn om vanuit de belangen van zijn opdrachtgever te kunnen denken. Vooral dat laatste is voor veel journalisten een probleem. Veelal vertrekken ze vanuit het medium (format) dat ze vertegenwoordigen. Hoe past de geïnterviewde persoon daar het beste in? Als hij een publieksmedium vertegenwoordigt zal een echte journalist ook vaak vertrekken vanuit de belangen van de maatschappij in het algemeen. De journalist wordt ten slotte niet voor niets de waakhond van de democratie genoemd.

Mediatraining is een vak, ons vak!

Het is om die redenen voor gelegenheidstrainers, vaak bijklussende journalisten, heel moeilijk om als mediatrainer de omslag te maken van waakhond naar iemand die u moet helpen hoe u de imagobelangen van uw partij, uw bedrijf, of in dit geval uw eigen belangen het best kunt behartigen. Dat met andere woorden een mediatrainer de mensen in een mediatraining moet leren hoe zij hun imagobelangen het best verdedigen, ook al sluit dat niet aan op het medium dat die journalist in zijn dagelijkse werk vertegenwoordigt.

Daarom zeg ik niet niet voor niks: mediatraining is een vak, ons vak!

Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media. 
Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Mocht de wethouder van de gemeente Sluis, verantwoordelijk voor het parkeerbeleid, ooit een mediatraining hebben gehad, dan heeft ze vast niet goed opgelet. Want mediatraining bij crisissituaties is vaak niks meer dan een training in het omgaan met lastige mensen. Toen ik onlangs een akkefietje met haar had, startte ze haar verhaal aanvankelijk volgens het boekje door haar excuses aan te bieden. Maar gaande het gesprek slaagde ze er in om haar communicatie ‘vakkundig’ te laten ontsporen door op de man beginnen te spelen in plaats van op de bal.
Winkelhart Breskens in de gemeente Sluis
Eigenlijk kun je de technieken van mediatraining in principe overal toepassen. Zelfs thuis…, zeg ik als mediatrainer vaak met een knipoog aan de deelnemers. Als je fout zit, geef dit dan ogenblikkelijk toe door je excuses aan te bieden. Vertel vervolgens wat je eraan gaat doen om de zaak te herstellen en doe dat dan ook door de daad bij het woord te voegen. Of zoals ze in Rotterdam zeggen: geen woorden, maar daden. Maar het navolgende incident, speelde zich dan ook niet niet in Rotterdam af, maar in de rurale gemeente Sluis in Zeeuws-Vlaanderen…

Voorkom een boete, haal binnen een parkeerkaart

Aanleiding was een parkeerboete die ik een kleine drie maanden geleden opliep toen ik mijn auto bij het winkelcentrum in de Sluise deelgemeente Breskens had geparkeerd. Op die plek is een parkeerschijf verplicht. Ik kon die zo gauw niet vinden. Maar voor de ingang van het winkelcentrum stond een bord met de volgende tekst:
Beste klant, hebt u geen parkeerschijf? Geen nood, u kunt deze gratis afhalen in 1 van onze winkels. 
Ik ging dus naar binnen voor zo’n schijf. Alles bij elkaar zal deze exercitie nog geen 3 minuten in beslag hebben genomen: 30 secondes heen, ca. 120 secondes voor één wachtende voor mij aan de kassa, 30 secondes terug, maar toch was een parkeerwachter erin geslaagd om binnen die drie minuten een bon uit te schrijven. Hoe had hij dat zo snel geflikt? Ik ging naar hem op zoek en vond hem. Maar de man had duidelijk geen zin in een gesprek.
Geen parkeerschijf? Dus een boete in Breskens in de gemeente Sluis

Officieel parkeerbeleid

Aangezien mij de zaak niet lekker zat, besloot ik de bevoegde wethouder voor parkeerzaken van de gemeente Sluis te bellen. Ik startte het telefoongesprek met de simpele vraag of deze gang van zaken officieel parkeerbeleid was van de gemeente Sluis? Zonder omhaal antwoordde ze luid en duidelijk: “Nee, natuurlijk niet”. Vervolgens bood ze me allervriendelijkst aan of ik het bonnetje via de smartphone naar haar wilde opsturen. Wel nog graag vandaag, voegde ze eraan toe, want morgen zou ze met vakantie gaan en ze zou ook de parkeerwachter nog willen horen. Daarna zou ze zeker nog terug bellen.

De verkeersambtenaar van gemeente Sluis wist van niets

Bijna twee-en-eenhalve maand gingen voorbij toen er plotsklaps een betalingsuitnodiging in verband met die parkeerovertreding bij mij in de bus viel. Verbaasd nam ik contact op met de gemeente Sluis, maar dit keer kwam ik niet verder dan de secretaresse. Ik deed mijn verhaal en ze beloofde dat ze de wethouder zou laten terugbellen. Maar enkele dagen later geen belletje, wel een mail van een verkeersambtenaar die me meldde dat hij rondvraag had gedaan maar dat niemand van mijn geval op de hoogte was.
Vreemd… Wat was er misgegaan, vroeg ik me af. Vermoedelijk had de wethouder in haar drukte net voor de vakantie geen actie meer ondernomen. Misschien was het er gewoon bij ingeschoten, wat natuurlijk menselijk is. Maar dat ontsloeg haar mijns inziens niet van haar eerdere toezegging. Ik mailde terug dat ik toch echt een nieuw telefoongesprek met de wethouder wilde en ja, enkele dagen later belde ze me terug.

Eigenlijk is het niet onze bevoegdheid…

Aanvankelijk stond ze mij weer keurig te woord. Ze verontschuldigde zich uitgebreid, maar toen ik haar vroeg wat voor een oplossing ze ging voorstellen, adviseerde ze mij om bij de officier van Justitie beroep aan te tekenen. “Dat is wel een beetje erg gemakkelijk”, legde ik haar uit. “Zo legt u het probleem bij mij neer in plaats van het op te lossen”, protesteerde ik. “Als het u met uw excuses menens is dan verwacht ik toch echt van u de nodige actie”.
Maar om enige actie te nemen, daar had mevrouw de wethouder dus duidelijk geen zin in. “Kon ook niet”, zei ze, “want het intrekken van een boete is eigenlijk geen zaak van de gemeente”. Tja, waarom had ze me dat geen twee-en-een-halve maand eerder gezegd? Los daarvan kon ze toch ook zelf een briefje aan de officier schrijven met tekst en uitleg over de gang van zaken?

Een irritant en geagiteerd personnage

Door mijn aandringen voelde ik dat de wethouder mij uitermate irritant begon te vinden. Ze werd niet alleen boos, maar ze begon ook persoonlijk te worden. Ze was op mijn website geweest waar ze had gelezen dat ik ‘zogezegd’ toppolitici trainde, zei ze cynisch. Ook gaf ze aan mij te kennen van een eerdere debatbijeenkomst en toen had ze mij ook al als een irritant en een geagiteerd personnage ervaren.
Nadat ik had aangegeven dat ik het jammer vond dat mevrouw de wethouder het nodig achtte om persoonlijk te worden, heb ik het gesprek maar beëindigd.

Speel op de bal, niet op de man…

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Eigenlijk begint het al bij de eerste les in crisiscommunicatie. Als je fout zit of als je iets vergeet, dan is het niet voldoende om je excuses aan te bieden. Doe ook al het mogelijke om je fout te herstellen en laat de consequenties niet bij de benadeelde partij.
Spreek ook nooit voor je beurt. Zo gaf de wethouder tijdens ons eerste contact al meteen toe dat het inderdaad geen beleid is om mensen te beboeten die verklaren een parkeerkaart op te halen. Verstandiger was geweest als de wethouder gezegd had: “ik hoor uw bezwaar. Ik ga dit onderzoeken door ook de parkeerwachter te horen en ik kom bij u terug met een reactie. Door voorbarig te reageren zoals ze nu gedaan had, creëerde ze namelijk al een verwachting.
Tot slot: speel altijd op de bal, nooit op de man. Word dus nooit persoonlijk, ook al ervaar je je gesprekspartner als irritant. Ga in ieder geval geen mensen beledigen als het gesprek niet de kant opgaat die je zou willen.
Misschien is het daarom voor deze wethouder hoog tijd voor een goede mediatraining…
PS: Tot tweemaal toe heb ik met de nodige tekst en uitleg bij de officier van justitie bezwaar aangetekend. Ondanks de uitgebreide moeite die ik nam om hem de zaak uit te leggen, kreeg ik tot twee keer toe een standaard antwoord waarin hij aangaf mijn verweer niet als gegrond te verklaren, met als onderbouwing een soort standaard argumentatie die volkomen naast de kwestie was. Ik maakte hieruit op dat hij mijn verweer niet gelezen had, dan wel niet serieus had genomen. Uiteindelijk, ruim een jaar na dato,  ben ik voor de kantonrechter verschenen die mij in het gelijk stelde.  
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media. 

Journalistieke inteelt doorbreken door redacties te laten rouleren

Hoofdredacteuren van krant, radio en tv zouden hun journalisten iedere vier jaar moeten laten rouleren op hun redacties. Laat bijvoorbeeld politieke journalisten na vier jaar verkassen naar de economieredactie. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, maar misschien ook hun berichtgeving meer pluriform maken. Ook zal hierdoor het aantal extreem linkse en en extreem rechtse journalisten ongetwijfeld verminderen, omdat ze een bredere en genuanceerdere kijk op de wereld krijgen. De waarheid kent immers vele tinten. Ze is zelden zwart/wit..
 
 
 
Objectiviteit bestaat niet. Wel moeten journalisten daar naar streven, leerde ik vroeger tijdens mijn opleiding Communicatie en journalistiek. Het begint al met de selectie van nieuws. Ben je als journalist anti-Trump dan zul je geneigd zijn om zijn blunders uit te vergroten. Ben je pro-Trump dan ben je eerder geneigd om die met de mantel der liefde toe te dekken. Het probleem is dat het leeuwendeel van de journalisten links is waardoor linkse meningen niet alleen op de opiniepagina doorklinken, maar ook op de redactionele pagina’s van de krant.
 

Feiten zijn heilig, opinies zijn vrij

Dit fenomeen van de overheersende linkse opinies zien we niet alleen bij media als The New York Times, maar ook in de Europese media terug. Het vroegere adagium van The Guardian Facts are sacred, comments are free, schijnen veel media vergeten te hebben. Nederland is op dit terrein zeker geen uitzondering. Maar dat is niet het enige probleem. Er is steeds meer sprake van vedettenjournalistiek. Je zet ’s-avonds de televisie aan en je ziet deze vedetten-journalisten voorbij schuiven bij programma’s als Jinek en de DWDD. Ze zitten daar omdat ze deel uitmaken van hetzelfde old boys network (nvda: lees vriendenkringetje). En als ze het helemaal handig aanpakken krijgen ze ook nog een eigen nieuwsshow waar ze elkaar de bal weer opnieuw toespelen. Een ons-kent-ons-sfeertje van ik krab jouw rug en jij de mijne. Het resultaat is dat je in nieuwsshow-achtige programma’s altijd dezelfde mensen ziet figureren.
Ben je niet links, of heb je geen politiek correcte mening, dan kom je niet aan de bak. Ben je rechts dan doe je beter ook maar links, anders word je de volgende keer niet meer gevraagd. Mensen als Arnold Karskens hebben dit bij de NPO ook al mogen ervaren.
 

Journalistieke inteelt

Hetzelfde geldt voor de politici-vriendjes van menig journalist. Jesse Klaver is intussen dankzij zijn linkse journalistenfans de favoriete mediagast. Maar hoe lang is het geleden dat Thierry Baudet bij de NPO mocht aanschuiven? Door die journalistieke inteelt heeft echt nieuws steeds minder vlees op het bod.
 
Dat ons-kent-ons-sfeertje is niet alleen bij de audiovisuele media zichtbaar. Ook de (kwaliteits)kranten bezondigen zich eraan. Zo was ik een tijdje terug hogelijk verbaasd toen ik een omvangrijke politiek correcte voorpublicatie las van een nieuw werkje van Tom Lanoye in de NRC. Er was geen enkele aanleiding toe, behalve dan om Lanoyes business te promoten. Zou hem dat ook gelukt zijn als hij niet tot het old boys network van NRC’s-hoofdredacteur Peter Vandermeersch zou hebben behoord? Ik vermoed van niet. Dat zoiets ten koste gaat van de kwaliteit van de berichtgeving hoeft denk ik geen verdere uitleg.
 

Correspondent in Kuttehove

Zeker in de politieke verslaggeving is dat ons-kent-ons-sfeertje soms erg klef. Zelfs politiek-journalisten die al jaren met pensioen zijn, zoals Ferry Mingelen en Wouke van Scherrenburg  worden regelmatig afgestoft om bij hun voormalige collega-vriendjes aan te schuiven en hun visie te geven. En dit is echt geen liefdewerk oudpapier, zoals we weten sinds Hero Brinkman Peter R. de Vries ontmaskerde als betaalde tafelgast bij Pauw. Eigenlijk de wereld op zijn kop om betaald te krijgen terwijl je op de nationale tv voor je eigen winkel reclame mag maken. Zeker als je beseft dat bedrijven die geen journalistenvriendjes hebben bij Harry Mens juist heel veel geld moet betalen als ze in zijn programma Business Class willen aanschuiven…
 
Journalisten die te lang op dezelfde plek zitten, weten al te goed hoeveel macht ze hebben en hoe ze die moeten (mis)bruiken. Ze schrijven bijvoorbeeld een boek over hun ervaringen als correspondent in het Afrikaanse Timboektoe of in het Belgische Kuttehove en ze zorgen er voor dat ze ’s-avonds bij Jinek of Pauw zitten. De volgende dag zijn ze te gast in allerlei radio-shows en de rest van de week berichten de kranten erover. Zo werkt dat spel en zo spelen ze elkaar voortdurend de bal toe. En dan hebben we het nog niet gehad over de geweldige bedragen die de journalistieke topsterren bijschnabbelen voor dagvoorzitterschappen en mediatraining. 
 
Daarom mijn pleidooi voor meer roulatie op redacties. Het wordt naar mijn overtuiging hoog tijd dat redacties van krant, radio en tv er een gewoonte van gaan maken om iedere vier jaar de journalisten op hun redacties te laten rouleren. Het zal niet alleen hun horizon verbreden, het zal misschien ook extra verdieping geven aan de media waarvoor ze werken. En door die bredere kijk zal misschien ook het aantal linkse en rechtse journalisten wat meer met elkaar in balans zijn wat de pluriformiteit van de berichtgeving alleen maar ten goede zal komen…
 
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al 30 jaar mediatraining  aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België.