Eerste les in crisiscommunicatie. Zit je fout, erken het dan ook en bied je excuses aan. Dat geldt ook voor de NOS en in het bijzonder voor journalisten als Gerri Eickhof en zijn NOS-cameraman die een vlogger een keiharde trap onder diens kont verkocht. Want hoe je het ook bekijkt: dit is goed fout! Zoiets doe je niet. Zoiets doe je nooit! Ook al heet je NOS!!!
Ook tijdens het aansluitende welles/nietes spelletje dat tussen het NOS-team en de vlogger ontstond, had je van een doorgewinterde nieuwsman al Gerri Eickhof toch wel mogen verwachten dat hij deze zaak niet verder had laten escaleren. In plaats daarvan intimideerde hij de vlogger behoorlijk door in diens comfortzone te treden waardoor de zaak van kwaad tot erger ging. Hij had beter zijn cameraman gevraagd zijn excuses aan te bieden om vervolgens in de auto te stappen en zijn interviewtjes twee straten verder te gaan doen.
Iedereen met smartphone is journalist
Zeker van ervaren mediamensen mag je verwachten dat ze bekend zijn met de nieuwe realiteit: iedereen met een smartphone is journalist.
Wie het filmpje bekijkt, zal wellicht ook het gevoel krijgen dat de politie eveneens niet helemaal vrijuit gaat en te gemakkelijk voor de zijde van de NOS kiest. Zoals de vlogger terecht ergens opmerkte: “had ik de cameraman onder zijn gat geschopt dan was ik allang geboeid en wel in een boevenwagen afgevoerd.”
NOS is grootste verliezer
Intussen heb ik, nu drie dagen later, nog nergens gehoord en gezien dat de NOS, of nog beter de cameraman zelf, persoonlijk zijn excuses heeft aangeboden aan de vlogger voor dit niet goed te praten gedrag. Ook al was de vlogger behoorlijk irritant, zou het de NOS wel sieren om dit alsnog te doen… Nu levert het filmpje alleen maar verliezers op met de NOS als de grootste.
“Ze waren heel erg grof tegen de ambassadeur”. Dat zei the Queen tegen een politiecommandant van de Britse politie die verantwoordelijk was voor de beveiliging tijdens het staatsbezoek van een Chinese delegatie. Ze liet zich de uitspraak ontvallen tijdens haar jaarlijkse tuinfeestje in de achtertuin van Buckingham Palace. The Queen, of beter gezegd, haar ‘beschermengelen’ hadden even niet opgelet dat er een camera met open microfoon in de buurt was die de uitspraken van haar en de politiechef registreerden. De uitspraken beheersten in binnen- en buitenland even het nieuws.
Een dag later was het weer raak tijdens een receptie na afloop van een anti-corruptieconferentie waar David Cameron als gastheer optrad. Tijdens de borrel zei hij tegen the Queeen die daar wederom als gast aanwezig was, dat Nigeria en Afghanistan uitblinken op het vlak van corruptie. Dit keer hield the Queen haar kaken stijf op elkaar, maar weer registreerden een camera en open microfoon de uitspraak van Cameron en weer was er een media-rel met internationale allure geboren.
Ostentatief de blocnote dichtslaan of de opnameapparatuur uitschakelen, is een bekende valkuil die journalisten bewust of onbewust gebruiken om dingen te weten te komen die je liever achter de kiezen had gehouden. Ook ik pas die truc tijdens mediatraining geregeld toe. Op het moment dat journalisten hun schrijfblok opbergen, of de opnamelamp uitschakelen, zie je vaak opluchting bij de geïnterviewde. Zijn blik wordt meteen een stuk ontspannener, maar ook dan blijft het opletten geblazen.
Als er dan ook nog samen een vorkje wordt geprikt en er een flesje wijn bij wordt open geploept dan wordt het helemaal oppassen. Want hoe leger de fles hoe gemakkelijker vertrouwlijkheden worden uitgewisseld.
Onthoud echter één ding: een interview is pas afgelopen als de journalist buiten gezichts- en gehoorafstand is. Eerder niet!
De juiste woorden kiezen is bij crisissituaties erg belangrijk
De juiste woorden kiezen is bij crisissituaties, zoals na de terroristische aanslagen in Brussel, absoluut belangrijk. Dat geldt niet alleen voor woordvoerders, maar vooral ook voor de politieke leiders van een land.Daarom vond ik de openingszin tijdens de persconferentie van premier Michel : “we vreesden een terroristische aanslag en dat is gebeurd”, niet echt overtuigend. Het is vooral belangrijk dat een politiek leider op dat soort momenten juist rust, vertrouwen en controle uitstraalt. En dat doe je niet door zo’n fatalistische uitspraak te doen en woorden als vrees in de mond te nemen. Ongetwijfeld weet premier Michel dat ook wel. Hij zal al heel wat mediatraining gehad hebben. Maar in zulke uitzonderlijke situaties als de aanslagen in Brussel, komt er natuurlijk enorm veel op je af.
Leiders moeten vooral daadkracht tonen
Als je iets vreest dan ben je bang. En als je als premier uiteindelijk ‘in charge’ bent dan moet je juist geen vrees tonen, maar daadkracht.
Dat is nog niet alles. Als je een aanslag vreest, waarom heb je die dan niet kunnen voorkomen? Het roept bij mij en wellicht ook bij de meeste journalisten onmiddellijk vragen op als: waarom vreesde u een aanslag? wat weet u wat wij als gewone burgers (nog) niet weten? Wat hebt u voor maatregelen genomen om deze aanslag waar u zo voor vreesde, te voorkomen? Waren die maatregelen misschien onvoldoende om de aanslagen te voorkomen? Vreest u nog meer aanslagen? Aangezien u dit soort aanslagen vreest, heeft u het dus niet onder controle? Enzovoort.
Trek geen vat vol vragen open
Door het zo te stellen als premier Michel nu deed, trek je dus niet alleen een vat vol vragen open, maar is de kans groot dat je ook meteen in het defensief wordt gedwongen. Maar het belangrijkste: het klinkt niet overtuigend als zou je de zaken onder controle hebben.
Hoe had hij het dan qua ‘wording’ beter aan kunnen pakken? Misschien had hij kunnen beginnen met te verklaren dat dit voor Brussel en België een pikzwarte dag is en dat de regering met zijn gedachten bij de slachtoffers en de familie en nabestaanden is in plaats van zijn vrees uit te spreken? Overigens op de rest van zijn verklaring was verder niks op af te dingen.
Of deze woordvoerder heeft nooit een goede mediatraining gehad of hij heeft tijdens die training niet opgelet, maar het eerste wat je tijdens een goede mediatraining leert is: praat nooit met de pers als je geen verhaal hebt voorbereid.
Deze woordvoerder werd NIET overvallen. Dit was GEEN ambush-interview, hij was opgeroepen, hij heeft dus tijd gehad een boodschap met zijn management af te stemmen en voor te bereiden.
Ook herkent hij de valkuilvraag niet waarmee Powned hem in een ja/nee-antwoord (in beide gevallen verliesgevend) probeert te dwingen.
Tot slot nog dit: ben gerust hard op de inhoud, maar blijf correct in de relatie: als je op een redelijk botte manier door een Rutger-achtige journalist wordt benaderd dan mag je best wel wat assertiever en directiever reageren.
Wel uit lering, hopelijk niet uit leedvermaak, maar ik ben bang dat dit filmpje de komende jaren een bestseller zal zijn tijdens mediatrainingen als schoolvoorbeeld van hoe het NIET moet.
Gisteren organiseerde de Belgische politie een grote persconferentie. Dit naar aanleiding van een schietpartij met enkele IS-strijders in de Brusselse deelgemeente Vorst waarbij een IS-strijder was gedood, drie poltieagenten waren gewond geraakt en 2 terroristen wisten te ontsnappen. Groot nieuws dus!
Maar voor veel journalisten kende deze persconferentie een teleurstellend verloop. Achter de tafel zaten een Nederlands- en Franstalige persvoorlichter die begonnen met de mededeling dat er geen vragen gesteld mochten worden en dat na afloop ook geen ‘quotes’ gegeven zouden worden voor de individuele media.
Vervolgens lazen de twee voorlichters een persbericht in het Frans, Nederlands en Engels voor, terwijl tegelijkertijd enkele foto’s werden geprojecteerd van een door een kogelinslag beschadigd holster en een eveneens beschadigd vuurwapen. Daar kon de aanwezige pers het mee doen.
De televisie wil vooral beelden
Journalisten van de audiovisuele mede willen vooral beelden. Toen ik vroeger als persvoorlichter actief was en het journaal belde of er interesse was in een bepaald nieuwsitem dan was de eerste vraag van de journalist in kwestie: wat voor beelden kunnen we maken? Nu kon op deze persconferentie de audiovisuele pers slechts een ‘talking head’ in beeld brengen die een tekst aan het voorlezen was en daar moesten ze het mee doen.
Natuurlijk moet je als politie heel voorzichtig zijn met het prijs geven van informatie. Het laatste wat je wilt is de voortgang van het onderzoek schaden. Maar als je toch van plan bent om niks meer prijs te geven dan een persbericht en wat foto’s, stuur dan gewoon een persbericht in plaats van een hoop journalisten te laten opdraven en die vervolgens met een kluitje in het riet te sturen.
Uw boodschap bepaalt de mediakeuze
Eigenlijk is het simpel: de afweging om al dan niet een persconferentie te geven wordt voor een groot deel bepaald door de vraag wat je te melden hebt. Als je veel informatie wilt geven en wil je ook dat die in de juiste context wordt geplaatst? Sta je open voor vragen en antwoorden? Is het nieuws dermate hot dat er veel pers op af zal komen? Geef dan een persconferentie. Maar als je de informatie die je van plan bent te geven ook in een persbericht vermeld kan worden, bespaar de journalisten en jezelf dan de moeite van een persconferentie.