Waarom kamerleden beter voortdurend mediatraining volgen

Toen ik de wetenschapper Geert Walling vandaag in Buitenhof zag, dacht ik onmiddellijk dat het wellicht nog nooit zo belangrijk is geweest als nu dat kamerleden voortdurend intensief mediatraining volgen, willen ze boven komen drijven.

Walling zegt namelijk dat kamerleden een steeds nadrukkelijker drang hebben om zich in de media te profileren. Volgens de wetenschapper doen ze dat vooral door zich meer dan vroeger te laten leiden door wat nieuws is. Zo blijkt uit zijn onderzoek dat zo’n 57% van de kamervragen verwijzen naar onderwerpen waarover aandacht was in de media. Hiermee zoeken kamerleden een sterkere profilering, is één van zijn conclusies.

Mediacratie

Kamerleden zijn zich dus steeds meer bewust van het feit dat we in een mediacratie leven. Ze weten donders goed wat de kiezers lezen, beluisteren en bekijken in de media en daar zitten ze als een bok op een haverkist bovenop. In de uitzending wordt het bericht van de Nederlandse Laura aangehaald die in de moslimstaat aangifte deed van verkrachting en prompt zelf de bak indraaide, omdat seks voor het huwelijk daar strafbaar is. De kamerleden stonden bij wijze van spreken in rijen van drie om daar vragen over te stellen.

Profileringsdrang kamerleden

Volgens Geert Walling wordt vandaag de dag in 57% van de de kamervragen verwezen naar de media. Er is duidelijk een steeds duidelijkere persoonlijke profileringsdrang door de kamerleden. Ze hebben met andere woorden een steeds scherpere focus op het publieke debat. Je zou dus kunnen zeggen dat de democratie steeds meer plaats moet maken voor mediacratie.

Bekende Nederlanders als Sylvana geen garantie voor succes

Tegelijkertijd zie je dat kamerleden zich steeds meer gaan profileren op bepaalde thema’s ipv partijprogramma’s. Dit alles heeft tot gevolg dat partijen minder kracht en macht hebben. In plaats daarvan zie je dat persoonlijke profilering belangrijker wordt en dat partijen om die reden bekende Nederlanders aantrekken, zoals Moskowitz , maar dat partijen minder belangrijk worden met fracties met Bekende Nederlanders zoals Sylvana Simons. Al wil de keuze voor BN-ers niet altijd succesvol zijn, zoals bij Moszkowicz het geval was. Politiek wordt dus persoonlijker en dan is het zaak dat je het in de media goed kunt uitleggen…

Nike eist merkvermelding in interview Dafne Schippers

Wat doet een journalist als een sponsor merkvermelding vraagt? Dit gebeurde bij Nike die als voorwaarde stelde dat de naam Nike in het interview met Dafne Schippers genoemd zou worden.

Autoriseren van interviews is in de politiek doodnormaal

Vragen aan een journalist of je een artikel mag nalezen alvorens het wordt gepubliceerd is vandaag de dag doodnormaal. Zeker als een journalist vragende partij is, kun je voorwaarden stellen. TIjdens mediatraining wijs ik de mensen daar voortdurend op, maar toch merk ik dan enige schroom.

Zelf werk ik al jaren voor de politiek en daar gaat er helemaal nooit een verhaal uit alvorens het niet van alle kanten door een leger van voorlichters is geautoriseerd.

Maar wat als een sponsor zoals NIKE van een journalist eist dat zijn naam wordt vermeld? Tja, als de journalist de kans heeft om de populairste sportvrouw van dit moment, Dafne Schippers, te interviewen dan worden de grote journalistieke principes opzij geschoven. Zelfs als die journalist voor de NRC schrijft.

Voor primeurs gaan de grote journalistieke principes snel overboord

Journalisten mogen dan wel zeggen dat ze dikke schijt hebben aan voorlichters en pr-mensen, zoals Rutger Castricum van Pownews onlangs nog in een interview in het inmiddels ter ziele gegane lijfblad van het voorlichtersgilde Communicatie Magazine verklaarde. “Voorlichters zijn lucht voor mij.”

Maar als er een primeur te halen valt, dan heiligt het doel de middelen.

Bang voor de concurrentie van de commerciële zender

Op zich is dat allemaal niet nieuw. Ik schat dat het intussen alweer zo’n 15 jaar geleden is dat een journalist van het journaal een interview vroeg met een CEO van een groot energiebedrijf die ik toen als klant had. Maar in plaats daarvan bood ik hem een door onszelf ingeblikt interview in broadcastkwaliteit aan. Groot protest bij de journalist die zei dat hij zich echt niet voor de publicitaire kar wilde laten spannen. “Take it or leave it”, zei ik. Hij ging snel overstag, bang dat hij was dat de commerciële zender er mee aan de haal zou gaan. ’s-Avonds zat een behoorlijk stuk van het ingeblikte interview in het journaal.

Journalisten zullen het niet snel toegeven, maar voorlichters en pr-mensen zijn en blijven voor hun een belangrijke bron…

Powned, de rokjesgate: Praat nooit onvoorbereid met de pers!

Of deze woordvoerder heeft nooit een goede mediatraining gehad of hij heeft tijdens die training niet opgelet, maar het eerste wat je tijdens een goede mediatraining leert is: praat nooit met de pers als je geen verhaal hebt voorbereid.

Deze woordvoerder werd NIET overvallen. Dit was GEEN ambush-interview, hij was opgeroepen, hij heeft dus tijd gehad een boodschap met zijn management af te stemmen en voor te bereiden.

Ook herkent hij de valkuilvraag niet waarmee Powned hem in een ja/nee-antwoord (in beide gevallen verliesgevend) probeert te dwingen.

Tot slot nog dit: ben gerust hard op de inhoud, maar blijf correct in de relatie: als je op een redelijk botte manier door een Rutger-achtige journalist wordt benaderd dan mag je best wel wat assertiever en directiever reageren.

Wel uit lering, hopelijk niet uit leedvermaak, maar ik ben bang dat dit filmpje de komende jaren een bestseller zal zijn tijdens mediatrainingen als schoolvoorbeeld van hoe het NIET moet.

Persbericht of persconferentie?

Persconferentie schietpartij Vorst

Gisteren organiseerde de Belgische politie een grote persconferentie. Dit naar aanleiding van een schietpartij met enkele IS-strijders in de Brusselse deelgemeente Vorst waarbij een IS-strijder was gedood, drie poltieagenten waren gewond geraakt en 2 terroristen wisten te ontsnappen. Groot nieuws dus!

Maar voor veel journalisten kende deze persconferentie een teleurstellend verloop. Achter de tafel zaten een Nederlands- en Franstalige persvoorlichter die begonnen met de mededeling dat er geen vragen gesteld mochten worden en dat na afloop ook geen ‘quotes’ gegeven zouden worden voor de individuele media.

Vervolgens lazen de twee voorlichters een persbericht in het Frans, Nederlands en Engels voor, terwijl tegelijkertijd enkele foto’s werden geprojecteerd van een door een kogelinslag beschadigd holster en een eveneens beschadigd vuurwapen. Daar kon de aanwezige pers het mee doen.

De televisie wil vooral beelden

Journalisten van de audiovisuele mede willen vooral beelden. Toen ik vroeger als persvoorlichter actief was en het journaal belde of er interesse was in een bepaald nieuwsitem dan was de eerste vraag van de journalist in kwestie: wat voor beelden kunnen we maken? Nu kon op deze persconferentie de audiovisuele pers slechts een ‘talking head’ in beeld brengen die een tekst aan het voorlezen was en daar moesten ze het mee doen.

Natuurlijk moet je als politie heel voorzichtig zijn met het prijs geven van informatie. Het laatste wat je wilt is de voortgang van het onderzoek schaden. Maar als je toch van plan bent om niks meer prijs te geven dan een persbericht en wat foto’s, stuur dan gewoon een persbericht in plaats van een hoop journalisten te laten opdraven en die vervolgens met een kluitje in het riet te sturen.

Uw boodschap bepaalt de mediakeuze

Eigenlijk is het simpel: de afweging om al dan niet een persconferentie te geven wordt voor een groot deel bepaald door de vraag wat je te melden hebt. Als je veel informatie wilt geven en wil je ook dat die in de juiste context wordt geplaatst? Sta je open voor vragen en antwoorden? Is het nieuws dermate hot dat er veel pers op af zal komen? Geef dan een persconferentie. Maar als je de informatie die je van plan bent te geven ook in een persbericht vermeld kan worden, bespaar de journalisten en jezelf dan de moeite van een persconferentie.