Mediatraining aan politici in België en Nederland

Sinds halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw geef ik mediatraining en debattechniek aan Nederlandse en Belgische politici. Sinds die tijd passeerden twee premiers, twee ministers-presidenten en tal van ministers en parlementariers bij ons de revue. Voor het Nederlandse vakblad Communicatie dat onlangs is opgegaan in Adformatie, was dit aanleiding om met mij een gesprek te hebben over de cultuurverschillen op het vlak van communicatie tussen België en Nederland.

Mijn start in België was niet eenvoudig. Daarom noem ik me niet voor niks een bont-en-blauwe-ervaringsdeskundige. Ik ben zowat in alle culturele valkuilen gevallen waarin Nederlanders vallen die onvoldoende voorbereid in België een business willen opstarten.

Nederlandse politici omringen zich met voorlichters

Voordat ik voor Belgische poltici werkte, had ik ook al de nodige opdrachten gedaan voor Nederlandse politici op lokaal, nationaal en Europees niveau. Los van de trainingsopdrachten viel me op dat in Nederland toppolitici zich laten omringen door voorlichters, terwijl dat in België veel minder het geval is. Belgische poltici zijn niet alleen door het volk, maar ook voor de media veel gemakkelijker benaderbaar. Meermaals is het voorgekomen dat midden in een mediatraining of debattraining een journalist belde met de vraag of de desbetreffende politicus over vijf minuten een telefonische reactie op antenne wilde geven.

Een goed imago komt te voet maar vertrekt te paard

Het meteen beschikbaar zijn voor de media heeft natuurlijk voordelen: als politicus besta je vaak dankzij de media. Al je dan niet reageert dan doet de concurrentie dat wel en weg is je kans om ‘het volk toe te spreken’. Maar het nadeel is dat je op die manier weinig tijd hebt om je grondig voor te bereiden. Voor je het weet heb je dan een bok geschoten ter grootte van een olifant en vaak kost het zeeën van tijd om de fout of het gezichtsverlies te herstellen. Vandaar niet voor niks het gezegde: een goed imago komt te voet en vertrekt te paard…

Stijl van leidinggeven verschilt sterk tussen België en Nederland

Maar los van de politiek zijn ook in het Belgische bedrijfsleven de mores totaal anders als het om communicatiemanagement gaat. Communicatiemanagers bij bedrijven zijn in België eerder operationeel bezig en in Nederland strategisch. Ook rapporteren Belgische communicatiemanagers veel minder snel aan de CEO zoals in Nederland het geval is, maar aan een HR- of marketingmanager. Ook zie je dat communicatiemanagers in België wel taken gedelegeerd krijgen, maar minder snel (budget)bevoegdheden. Dat laatste heeft ook te maken met de stijl van leidinggeven die in België vaak meer control/tell is en in Nederland eerder show/support. Met andere woorden: in België (en Vlaanderen) is hiërarchie belangrijk: de baas is er de baas, terwijl in Nederland de baas vooral voorwaardenscheppend moet bezig zijn. De Nederlandse calvinistische cultuur heeft daar natuurlijk ook veel mee te maken. Meer weten daarover? In mijn boek Valse Vrienden sta ik daar uitgebreid bij stil.

Waarom Donald Trump beter geen ruzie maakt met de media

Als je ruzie maakt met de media dan win je nooit de verkiezingen, zeg ik altijd tijdens mediatrainingen. Tenzij je Donald Trump heet. Ik kreeg die les lang geleden toen ik als jonge communicatiespecialist werkzaam was bij een chemische multinational. Mijn Amerikaanse baas zei me toen: ‘never ever have a pissing contest with a skunk’ (stinkdier),  waarmee hij de media bedoelde. Waarna hij er fijntjes aan toevoegde: ‘…because the media always smell harder…’

Aangezien de Amerikaanse verkiezingen toch alleen maar over seksschandalen gaan en hoe mannen hun vrouwen behandelen, vroeg ik me af wat erger is? Een president, zoals Bill Clinton, die vanuit zijn positie als machtigste man van de wereld het aanlegde met een jonge en betrekkelijk weerloze stagiaire, Monica Lewinsky genaamd? Of een (kandidaat-)president die nogal behoorlijk grof gebekt uit de hoek kan komen? Want los van wat vage claims van vrouwen over handtastelijkheden zijn er tot nu toe geen concrete gevallen bekend als zou Trump net als Bill Clinton een stagiaire hebben misbruikt?

Beter vies praten dan vies doen

Puur rationeel gezien zullen de meesten onder u het gedrag van Bill Clinton verwerpelijker vinden. Donald Trump weet dat ook. Daarom voerde hij de voor de hand liggende verdediging aan dat je beter vies kunt praten dan vies kunt doen, duidend op de Lewinsky-affaire. Maar bij de media had hij het verbruid, dus die hadden daar geen oren naar. Trump was een seksist die niet veel op had met onafhankelijke vrouwen en  gendergelijkheid. Zo joeg hij zowat de helft van het kiespotentieel tegen zich in het harnas. En sinds de donderpreek van Michele Obama lag Trump nagenoeg helemaal in de touwen.

Tijdens het laatste debat gaven de media hem een laatste uppercut. Dit naar aanleiding van zijn uitspraak dat hij de verkiezingsuitslag niet bij voorbaat zou accepteren. Massaal doken de media op deze uitspraak die erop neer kwam dat  Trump kennelijk niet van plan was om bij verlies zich bij een democratisch gekozen meerderheid neer te leggen. Trump werd geframed als een anti-democraat.  En zoiets is in de VS nog erger dan communist te zijn ten tijde van het hoogtepunt van de koude oorlog. Als hij echter in één lopende zin zou hebben gezegd dat hij natuurlijk de verkiezingsuitslag zou respecteren, tenzij hij aanwijzingen zou hebben dat er met de resultaten geknoeid zou zijn, dan had hij deze mediarel kunnen voorkomen.

Beter dan god

Trump is natuurlijk niet achterlijk, zoals vele media hun publiek willen doen geloven. Maar die laatste uppercut heeft hij wel over zich afgeroepen. Maar hoe komt dat nou dat hij zo blundert? Luistert hij niet naar zijn adviseurs? Zou hij het niet nodig vinden om zich te omringen met mensen die hem op dat terrein de nodige ondersteuning kunnen geven? Of maakt het allemaal deel uit van een uiterst slimme communicatiestrategie? Want in tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn de verkiezingen van 8 november nog geen gelopen race. Zeker als Hillary Clinton de aanhangers van Trump classificeert als een stelletje deplorables & losers. Nu heb ik niet de pretentie om beide presidentskandidaten de les te lezen, maar in zowat iedere mediatraining hoor je toch dat je vooral over je eigen sterke punten moet spreken en niet teveel moet kankeren op de tegenpartij. Want dat laatste is vaak contra-productief.

RDW moet communicatie met burger serieus nemen

Argumenten serieus nemen is ook communicatie…

Wat is het nut van bezwaar te mogen aantekenen als je als opsporingsambtenaar toch van plan bent om op het Kafkaiaanse af niet naar de bezwaren van de burger te luisteren? Heeft communicatie met RDW überhaupt nog zin? Dat gevoel kreeg ik toen ik behoorlijk naast de kwestie een reactie terugkreeg van de bevoegde opsporingsambtenaar bij de RDW (RijksDienst voor het Wegverkeer). Maar als iemand niet open staat voor redelijke argumentatie en niet eens de moeite neemt om die naar behoren te weerleggen, dan is hij bij mij aan het verkeerde adres…

Betalen zonder mokken

Laat ik eerst dit even zeggen: ik geloof niet dat ik een moeilijk mens ben als ik de wet overtreden heb. Rijd ik te hard en ik ontvang daarvoor een boete, dan betaal ik die zonder mokken. Zeker als ik bewust te hard heb gereden: je hebt immers gegokt en verloren. Een boete is dan part of the game.

Ook in het geval dat ik me van mijn wetsovertreding niet bewust ben, doe ik niet moeilijk. Ik ga er immers zowat blindelings vanuit dat de wetgever de snelheidslimiet toch op zijn minst redelijk duidelijk heeft gecommuniceerd en dat ik dus het slachtoffer ben geworden van mijn eigen onoplettendheid. Eigen schuld, dikke bult…

Maar toen ik deze zomer van de RDW een brief in de bus kreeg waarin mij een boete was opgelegd van 130 Euro omdat de auto op 23 mei APK gekeurd had moeten zijn, snapte ik het even niet meer. De auto stond immers tot 13 juni op Belgisch kenteken. Die 13 juni was tevens de datum waarop ik in verband met mijn verhuizing naar Nederland de auto vanuit België naar Nederland had uitgevoerd. Hoe kon een Nederlandse overheidsdienst nu een keuringsverplichting opleggen op 23 mei terwijl die auto nog niet eens was ingevoerd?

Van goede wil

Er nog altijd vanuit gaande dat er sprake was van een misverstand, besloot ik  een brief aan de desbetreffende opsporingsambtenaar van de RDW te schrijven, om mede op de hierboven aangehaalde reden, bezwaar aan te tekenen tegen de boete. Ook legde ik hem uit dat de auto bij een keuringsstation van de RDW gekeurd was toen die op 13 juni werd ingevoerd. Verder deelde ik hem mede dat ik noch mondeling noch schriftelijk door de RDW erop gewezen was dat de keuring die de auto had ondergaan kennelijk geen APK-keuring was, zoals de RDW-opsporingsambtenaar in zijn brief aangaf. Tot slot liet ik hem weten dat ik naar aanleiding van zijn brief de auto onmiddellijk APK had laten keuren om te onderstrepen dat ik van goede wil ben.

Kort daarop ontving ik van deze opsporingsambtenaar een schriftelijke reactie. Daarin legde hij mij uit dat de keuring van de auto geen APK-keuring was, maar een invoeringskeuring.

Lang leve Europa

Waar de RDW-opsporingsambtenaar niet op in ging, was dat ik niet eens een brief van de RDW had ontvangen, zoals te doen gebruikelijk, als een auto APK gekeurd moet worden. Dit blijkt standaard procedure te zijn en het stoorde me dat de opsporingsambtenaar zomaar aan dit argument voorbij was gegaan. Hoe had ik in godsnaam redelijkerwijs kunnen weten dat die auto die notabene pas drie jaar oud was – lang leve Europa, want in België moeten ze pas na vier jaar gekeurd worden – boven op de zogenaamde invoeringskeuring nog een APK keuring had moeten ondergaan?

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de ongelijke manier waarop de RDW met zijn klanten omgaat? Waarom krijgt iedere autobezitter een schriftelijk bericht waarin hij verzocht wordt om de auto ter APK-keuring aan te bieden, terwijl ik hierover nooit schriftelijk (noch mondeling) geïnformeerd ben geweest?

Onwelgevallige conclusie

Daarom beste opsoringsambtenaar van de RDW, blijf ik op mijn strepen staan. Niet omdat u tot een voor mij onwelgevallige conclusie bent gekomen, maar omdat u niet eens de moeite hebt genomen om op een inhoudelijk aanvaardbare manier mijn argumenten serieus te nemen. Ook dat is communicatie…

PS: naar aanleiding van dit blog heeft de RDW mijn klacht nog eens onder de loep genomen en heeft de bevoegde opsporingsambtenaar besloten om die te seponeren. Ook is een RDW-medewerker persoonlijk bij mij langs geweest om zich te verontschuldigen over de gang van zaken. Ik heb die excuses aanvaard. Overal waar gewerkt wordt, worden immers fouten gemaakt al heb ik wel gezegd dat ik het jammer vind dat ik eerst deze kwestie aan de grote klok heb moeten hangen, alvorens ik serieus word genomen. Positief vond ik ook dat de betreffende RDW-medewerker mij verzekerde dat de RDW inmiddels maatregelen heeft genomen om dit soort incidenten in de toekomst te voorkomen. Voor mij is deze case ‘closed’.

Huilende politici

Kan dat eigenlijk wel, huilende politici? Die vraag krijg ik regelmatig tijdens mediatraining Zeker als een politicus/politica weer eens voor de camera in tranen uitbarst of anderszins door emoties wordt overmand. Is dit wel goed voor hun imago? Maar zoals (bijna) altijd in de Communicatie het geval is, is daar geen eenduidig antwoord op te geven. Het hangt van veel verschillende factoren af. Wel is het zo dat in vergelijking met vroeger het tonen van emoties meer geaccepteerd is, zolang ze echt en tot op zekere hoogte ook onder controle zijn. Wat in ieder geval uit den boze is, zijn geacteerde emoties. Want daar prikt de kijker snel doorheen.

Obama pinkt traantje weg

Al dan niet tonen van emoties voor de camera is ook cultuur gebonden. Toen Obama een traan weg pinkte omdat hij was gegrepen door emoties door de slachtoffers van het zoveelste vuurwapengeweld , zullen weinig Amerikanen daar aanstoot aan genomen hebben. Ik kan me echter niet voorstellen dat een Poetin zoiets ooit in Rusland zou doen.

Ging Timmermans te ver?

Ook in Nederland zijn er genoeg voorbeelden van politici die worden overmand door emoties. Denk maar aan Frans Timmermans na het neerhalen van de MH17. Aanvankelijk was heel Nederland vol begrip over de emoties die hem parten speelden. Maar het keerde zich tegen hem toen hij er net teveel drama in legde door tijdens het tv-programma Pauw te vertellen dat er iemand gevonden was met een zuurstofkapje op. Dit stond haaks op eerdere berichtgeving dat de slachtoffers niet in angst hebben verkeerd en wellicht meteen bewusteloos dan wel op slag dood waren.

Timmermans realiseerde zich dat hij was te ver gegaan. Hem restte niets anders dan het boetekleed aan te trekken. Maar intussen was het kwaad geschied. Veel mensen hadden plotseling twijfels over de professionaliteit waarmee Timmermans tot dan toe met die emoties was omgegaan. Maar ook rezen er twijfels of die emotie wel echt was en dat Timmermans er m.a.w. ook voor zichzelf zat.

Natuurlijk moeten bij rampen als de MH17 politici vooral feitelijk en zakelijk blijven. Maar vandaag de dag mogen in onze contreien politici in vergelijking met vroeger best wel hun emotie laten zien. Doe het echter wel met mate. Zo was de ooit razend populaire Vlaamse politicus Bert Anciaux voor de camera net iets te vaak emotioneel overmand, wat hem de bijnaam Bert de Blèter opleverde. Een imago waar hij tot op de dag van vandaag mee achtervolgd wordt.

Conclusie: emoties tonen voor de camera mag. Politici mogen ook best een traantje wegpinken zeker als die emotie echt is. Maar doe het niet te vaak. Ga ook niet ongegeneerd voor de camera staan te snotteren. Dan kom je over als een politicus die te gemakkelijk de controle kwijt is. En wie wil daar nu op stemmen?

Spikes kras op blazoen boze Dafne Schippers?

Ze ging voor goud, maar behaalde zilver. Het was een grote tegenvaller voor Dafne Schippers en ook voor het Nederlandse volk. We blijven natuurlijk massaal achter haar staan! Maar toch vraag ik me als communicatiedeskundige af of  er niet een kleine kras op het blazoen van haar is gekomen toen de boze Dafne Schippers gefrustreerd haar spikes tegen de grond knalde, nadat ze net naast de gouden plak had gegrepen.

Niets democratischer dan sport

Sport is emotie. Sport is ook kunnen incasseren. Maar sport draait vooral om sportiviteit. Ik snap best dat een topsporter zich gefrustreerd voelt als hij of zij de gedoodverfde favoriet is en dan toch naast de hoofdprijs grijpt. Je hebt daar immers jaren voor getraind en gevochten. Maar hetzelfde geldt ook voor je tegenstanders. Degene die het verst, het hoogst, het hardst gaat of de meeste punten scoort gaat er met de hoofdvogel vandoor. Eigenlijk is er niets democratischer dan sport.

Daarom heb ik het er altijd moeilijk mee als topsporters bij wie het eens tegen zit hun racket boos tegen de grond knallen of in het geval van Dafne Schippers hun spikes woedend wegwerpen en het vervolgens ook niet kunnen opbrengen om samen met de winnares van de gouden medaille een ereronde door het stadium te lopen, schrijft de Volkskrant.

Mediatraining voor topsporters

Bij sport gaat het om winnen of verliezen. Niks is mooier dan op het hoogste schavot gelauwerd te worden, maar ik vind het ook heel mooi als de verliezer in de winnaar zijn of haar meerdere erkent. Dat hoort er ook bij en als topsporter en professional moet je je dit ook realiseren. Je bent immers niet alleen in beeld tijdens de wedstrijd zelf, maar ook vaak erna. Wellicht weet Dafne Schippers dat ook, want op haar niveau heeft ze ongetwijfeld al heel wat mediatraining gehad. Ik zeg dan ook niet voor niks met de grootste nadruk tijdens mediatraining tegen mijn opdrachtgevers dat contacten met de media pas voorbij zijn als je buiten gezichts- en gehoorbereik bent…

Neelie Kroes breekt interview af

“Zullen we stoppen, ja?” Met die woorden breekt Neelie Kroes abrupt het interview af dat ze met de Vlaamse VRT had. De meningen over haar mediaoptreden zijn verdeeld. Had ze dat niet handiger kunnen aanpakken? Ik denk van wel: ‘its all a matter of timing’…

Een interview afbreken, hoe doe je dat?

Tijdens een mediatraining oefen ik vaak situaties hoe je het best een interview kunt afbreken dat de verkeerde kant op dreigt te gaan. Dat begint eigenlijk al tijdens het voorgesprek. Daarin geef je aan niet veel tijd te hebben, maar dat je snapt dat de journalist ook zijn werk moet doen en dat je hem daarom graag even terwille wilt zijn. Zo creëer je al schaarste. Ook geef je aan wat je vooral naar voren wilt brengen en waar je, liefst met redenen omkleed, het (nog) niet over kunt hebben.

Journalisten hebben niet het alleenrecht

Mocht vervolgens tijdens het interview ’t toch de verkeerde kant opgaan, probeer dan net als Neelie Kroes de ‘nasty questions’ duidelijk en zakelijk te beantwoorden. Maar onthoud wel dat niet de journalist het alleenrecht heeft om het interview te beëindigen. Als geïnterviewde heeft u net zo goed dat recht. Maar zorg dan wel dat je het handig aanpakt en dat je de juiste timing hanteert.

Zo kun je tijdens het interview verwijzen naar het voorgesprek waarin je hebt aangegeven dat je weinig tijd hebt en dat je daarom nu het gesprek moet afronden, mits dat natuurlijk ook aan de orde is geweest tijdens het voorgesprek.

It’s all about timing

Maar het belangrijkste is natuurlijk de timing: wanneer geef je aan dat je het interview wilt afbreken? Het antwoord op die vraag is simpel: dat doe je meteen nadat je het antwoord op de vorige vraag gegeven hebt. Als je daarentegen wacht tot de volgende vraag gesteld wordt, of in het geval van Neelie Kroes, als de journalist nog volop bezig is de vraag te stellen en je dan pas op het idee komt om het interview af te breken, dan ben je te laat. Dat komt over alsof je alsnog voor die onwelgevallige vraag op de vlucht gaat. Zo zie je maar: zelfs gepokt en gemazelde politici als Neelie Kroes, zijn nooit te oud om te leren…