Ik heb Mies Bouwman één keer in levende lijve ontmoet. Het was na afloop van de geruchtmakende uitzending van Noord-Zuid van de Vlaamse televisie. Ik heb de beelden net teruggezien via youtube en ik ben er bijna zeker van dat zij niet trots is geweest op wat ze toen samen met Johan Anthierens, een zurige Vlaamse journalist, in die uitzending te weeg heeft gebracht. Samen probeerden ze Pierre Kartner, alias Vader Abraham, op een wel erg onsympathieke en vooringenomen manier de grond in te boren. Maar die boemerang kwam keihard terug. Spannende tv, maar een kras op het blazoen van deze ideale schoondochter die begin deze week het tijdelijke voor het eeuwige inwisselde.
Over de doden niks dan goeds. En als we het over Mies Bouwman hebben dan is dat ook grotendeels terecht. Ze was een weergaloze vakvrouw. Maar iedereen laat wel eens een steekje vallen, zoals ten tijde van haar optreden in het Vlaamse tv-programma Noord-Zuid. De uitzending dateert van 1978, maar de Vlaamse hoofdredacteur van de NRC, Peter van der Meersch, had tijdens het inmiddels ter ziele gegane De Wereld Draait Door (DWDD) ook uitgerekend een fragment uit dit programma gekozen.
Noord-Zuid met Mies Bouwman werd een spektakel
Stomtoevallig zat ik destijds in 1978 in het publiek tijdens deze aflevering van Noord-Zuid. Ik studeerde in Gent en een vriend had mij gevraagd mee naar Leuven te gaan om die uitzending bij te wonen. Het is de eerste en enige keer in mijn leven dat ik me heb laten verleiden om als klapvee ergens tussen het publiek te zitten. Waarom zou ik ook eigenlijk? Thuis, vanuit de luie stoel met bier en chips binnen handbereik was toch veel handiger? Het werd een spektakel om nooit te vergeten.
Geen lieve Mies Bouwman, maar een wolvin in schaapskleren
Mies Bouwman kon ook een katje zijn die je beter niet zonder handschoenen aanpakte
Wie de beelden bekijkt ziet een ontluisterend stukje tv. Daar zat geen lieve Mies, maar een wolvin in schaapskleren die samen met de in Vlaanderen toen al beruchte Johan Antierens op vader Abraham zaten in te beuken. Vooral de opstelling van een totaal vooringenomen Anthierens die uitstraalde zich ver moreel verheven te voelen boven die platvloerse cultuurbarbaar van een vader Abraham was schokkend. Met zijn smurfen en platte smartlappen zou hijvolgens Anthierens alleen maar geïnteresseerd zijn in dollars. Mies Bouwman liet zich dan weer niet onbetuigd door de spot te drijven met het in haar ogen bedenkelijke intellectuele niveau van de songteksten van vader Abraham. Toen Johan Anthierens tijdens het gesprek suggereerde dat Pierre Kartner bepaalde rechten niet zou hebben afgedragen, zonder daar enige onderbouwing voor aan te dragen, was voor Vader Abraham de maat vol. Hij besloot de eer aan zichzelf te houden en stapte op, het tweetal in vertwijfeling achterlatend. Nee, zo hadden Mies Bouwman en Johan Anthierens zich het einde van deze uitzending niet voorgesteld.
Na de aftiteling, ben ik naar haar toegestapt, want het leek me wel interessant om tegen mijn vrienden straks te kunnen zeggen dat ik met dé Mies Bouwman een gesprek had gevoerd. Na al die jaren kan ik me niet meer herinneren wat ik haar toen gevraagd heb. Maar ik kan me nog wel feilloos herinneren dat ze in dat gesprek een zekere ongemakkelijkheid uitstraalde over hetgeen er gebeurd was. Waarschijnlijk omdat ze heel goed wist dat ze met die toestand rond vader Abraham veel te ver was gegaan…
Inmiddels zijn het beelden uit de oude doos. Maar in het verleden heb ik tijdens mediatraining dit mediaoptreden van vader Abraham bij Johan Anthierens en Mies Bouwman vaak als voorbeeld genomen. Zelfs al is Mies de grote knuffelberin bij het grote publiek, ga nooit op de automatische piloot . Ken je de format van een programma niet, probeer er wel achter te komen wat je te wachten staat door eerst een goed voorgesprek te houden. Dan pas beslis je of je überhaupt je medewerking gaat verlenen.
Over de auteur
Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur, mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)
Mediatraining en journalistiek: vriend of vijand? Vaak denk ik het laatste. Wnat er lopen nog bosjes journalisten rond die een gloeiende hekel hebben aan mediatrainers. Waarom eigenlijk? Meestal omdat ze denken dat gemediatrainde mensen alleen maar geleerd hebben hoe ze zo veel mogelijk mist moeten spuien of hoe ze onopgemerkt kunnen liegen. Maar dat is juist het laatste wat je in een goede mediatraining leert.
Het is normaal dat mensen trainingen volgen in onderhandelingstechniek of effectief vergaderen. Waarom zouden ze dan geen mediatraining volgen; het effectief omgaan met de media? Boeiend, kort, krachtig en toegankelijk een verhaal vertellen, levert alleen maar winnaars op. De kijker/luisteraar begrijpt waar het over gaat. De journalist/programmamaker heeft de juiste gast uitgenodigd die het kernachtig en toegankelijk kan verwoorden en last but not least; de persoon in kwestie zal ook tevreden zijn als zijn/haar partner achteraf zal zeggen: “schat, dat heb je vanavond bij Nieuwuur ofTerzake weer eventjes helder en duidelijk gezegd.”
Mediatraining zou leiden tot saaiheid en eenheidsworst
Het moet daarom maar eens afgelopen zijn met dat gezeur van journalisten als zouden mediatrainingen leiden tot saaiheid en eenheidsworst, zoals een bekende tv-persoonlijkheid mij eens verweet. Wat hebben journalisten er trouwens aan als iemand stijf van de zenuwen staat te hakkelen en te stotteren en ook nog non-verbaal precies die dingen doet die hij juist niet moet doen? Journalisten met verstand van zaken weten dat dergelijk gestuntel vaak ten koste gaat van de helderheid van de boodschap. U kent dat gevoel wel: het non-verbale gedrag van de geïnterviewde leidde zo af dat hetgeen hij te vertellen had me volledig is ontgaan.
De relatie met een journalist is anders bij een crisissituatie
Soms kan het wel vermakelijk zijn als iemand zich tijdens een crisissituatie zowel inhoudelijk als presentatietechnisch in allerlei bochten moet wringen. Maar dan is het functioneel. Bijvoorbeeld omdat de journalist de pijnlijke plek blootlegt. Als de geïnterviewde voor de camera dan niet stressbestendig is en zich door een terecht confronterende aanpak van de journalist van de wijs laat brengen, dan levert dat prima tv op. Daarom is bij een crisissituatie de verhouding journalist/geïnterviewde totaal anders dan bij een situatie waarin de journalist gewoon wat informatie van u wil hebben en u geacht wordt om die helder en beknopt te leveren.
Met andere woorden: meestal wil de journalist gewoon informatie, verpakt in een goed verhaal. Als de geïnterviewde dan nooit geleerd heeft hoe hij moet omgaan met de warmte van de lampen, de psychologie van de camera en de druk van een gestreste journalist, dan levert dat alleen verliezers op. Tenzij de journalist op zoek is naar vulling voor een blooperprogramma…
Over de auteur
Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur, mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl )
Toen ik gisterochtend op het nieuws hoorde dat Ingrid de Graaf de nieuwe topvrouw 2017 was geworden, moest ik meteen terugdenken aan een van haar voorgangsters die ik enkele jaren geleden mediatraining had gegeven. Eigenlijk was het niet zozeer een mediatraining, maar een soort therapeutische sessie om het vertrouwen in journalisten te herstellen. Want dat had een harde knauw gekregen nadat ze door twee onbenullen van journalisten tijdens een zogezegde mediatraining ‘vakkundig’ in de vernieling was geholpen… Mediatraining is een vak, zeg ik sindsdien. Maar laat ik eerst kort uitleggen wat er gebeurd was.
Net als Ingrid de Graaf, maakte ze voordien kans om topvrouw van het jaar te worden. Dat zoiets de nodige mediabelangstelling met zich mee zou brengen was duidelijk. Daarom besloot ze een mediatraining te volgen. Gedurende die zogezegde mediatraining die meer weg had van een crisismediatraining hadden twee bekende tv-journalisten de hele dag op haar in zitten beuken met lastige vragen. Het uiteindelijke resultaat werkte averechts. Want het overheersende gevoel dat ze van die twee prutsers had overgehouden, was enorme faalangst. Alleen al bij het woord journalist dreigde ze als een bang vogeltje van haar stokje te vallen.
Journalistentrauma
Via via kreeg ik de vraag of ik haar nog wat bijkomende mediatraining wilde geven. Al bij aanvang van die sessie stelde ik vast dat haar fobie voor journalisten diep, heel erg diep zat. Het kostte me eerst ruim een halve dag om het opgedane journalistentrauma een plaats te geven. Daarna zijn we weer samen gaan bouwen. Toen ze kort daarna inderdaad topvrouw van het jaar werd, wist ze tijdens haar vele mediaoptredens gelukkig uitstekend haar ‘mannetje’ te staan.
Wat dit incident in ieder geval duidelijk maakt, is dat journalisten niet bij voorbaat geschikt zijn voor het vak van mediatrainer. Zoals waarschijnlijk ook niet iedere topvoetballer geschikt is voor het vak van voetbaltrainer.
Waakhond van de democratie
Natuurlijk moet een goed mediatrainer uiteraard voldoende kennis van en inzicht hebben in het functioneren van de media. Maar zeker zo belangrijk is ook dat hij beschikt over voldoende psychologisch inzicht. Daarnaast moet hij in staat zijn om vanuit de belangen van zijn opdrachtgever te kunnen denken. Vooral dat laatste is voor veel journalisten een probleem. Veelal vertrekken ze vanuit het medium (format) dat ze vertegenwoordigen. Hoe past de geïnterviewde persoon daar het beste in? Als hij een publieksmedium vertegenwoordigt zal een echte journalist ook vaak vertrekken vanuit de belangen van de maatschappij in het algemeen. De journalist wordt ten slotte niet voor niets de waakhond van de democratie genoemd.
Mediatraining is een vak, ons vak!
Het is om die redenen voor gelegenheidstrainers, vaak bijklussende journalisten, heel moeilijk om als mediatrainer de omslag te maken van waakhond naar iemand die u moet helpen hoe u de imagobelangen van uw partij, uw bedrijf, of in dit geval uw eigen belangen het best kunt behartigen. Dat met andere woorden een mediatrainer de mensen in een mediatraining moet leren hoe zij hun imagobelangen het best verdedigen, ook al sluit dat niet aan op het medium dat die journalist in zijn dagelijkse werk vertegenwoordigt.
Daarom zeg ik niet niet voor niks: mediatraining is een vak, ons vak!
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media.
Mediatraining helpt, maar zelfs bij een regelmatige fresh up biedt het geen garanties, zoals Sean Spicer onlangs liet zien.
Zelfs de meest door en door getrainde woordvoerders kunnen zich wel herinneren ooit een bok te hebben geschoten. Zolang die niet ter grootte van een olifant is, word je die snel vergeven. Maar aan alles zijn grenzen, zou je toch denken. Tenzij je Sean Spicer heet en woordvoerder van president Trump bent en durft uit te kramen dat zelfs Hitler geen gifgas inzette tegen zijn eigen volk toen er aanwijzingen waren dat Assad mogelijk opnieuw gifgas had gebruikt tegen rebelse landgenoten. Als je zo de plank misslaat dan is iedere bijkomende mediatraining als mosterd na de maaltijd. Of zoals de Amerikanen zeggen: dan mag je veronderstellen dat je ‘Dead Meat’ bent.
Tot voor kort was er in mijn perceptie slechts één woordvoerder op mijn netvlies die alle geloofwaardigheid kwijt was. Dat was Mohammed Saeed al-Sahhaf ,woordvoerder van wijlen Saddam Hoesein van Irak ten tijde van de Golfoorlog. Hij is beter bekend onder zijn bijnaam: Comical Ali. Dat kwam omdat hij tegen beter weten in bleef volhouden dat er geen Amerikanen in Bagdad waren. Dit terwijl door de luchtverplaatsing van de nabije Amerikaans kanonschoten het doek van de green key waarvoor hij stond te presenteren vervaarlijk heen en weer wapperde. Maar och, dat hoorde erbij. Iedereen wist dat deze man intussen niks meer was dan een karikatuur van zichzelf en het regime dat hij vertegenwoordigde. Of doorgedreven mediatraining daarin verandering had gebracht, valt ernstig te betwijfelen. Immers wat krom is kun je niet recht praten, zelfs niet met de beste mediatraining ter wereld.
Vergelijkingen zijn vaak dodelijk tijdens mediaoptreden
Een figuur als Sean Spicer heeft ongetwijfeld ook heel wat mediatraining gehad. Maar zoals hij heeft laten zien, moet je als woordvoerder toch over meer talenten beschikken. Zo moet je toch ook een zeker historisch besef hebben. Hoe kun je anders uitkramen dat zelfs Hitler geen gifgas gebruikte tegen zijn eigen volk. Alsof de miljoenen vergaste joden nooit een deel zouden hebben uitgemaakt van het Duitse volk? Los daarvan weet iedere doorgewinterde woordvoerder dat vergelijkingen sowieso vaak bijzonder onhandig, zo niet dodelijk zijn tijdens een mediaoptreden.
Dat vergelijkingen zelfs vaak dodelijk zijn, stel ik bijna bij iedere mediatraining weer vast. Een paar voorbeelden: – Is die stof giftig? antw: maar zout is ook giftig… – Is het wonen in de nabijheid van uw fabriek gevaarlijk? antw: maar autorijden vinden we toch ook een aanvaardbaar risico?… – Is kernenergie gevaarlijk? Antw: maar mensen die onder de zeespiegel wonen weten toch ook niet of de dijken stand houden tijdens een superstorm?
Als ik dan als mediatrainer vraag: dus omdat zout giftig is, geeft u dit dan het recht om deze stof in het milieu te brengen
omdat u vindt dat autorijden een aanvaardbaar risico is, vindt u dan ook dat u de omwonenden daarom ongevraagd kunt blootstellen aan risico’s van uw fabriek? of
omdat de mensen die onder de zeespiegel wonen zich in feite in een gevaarlijke situatie bevinden, vindt u dan dat u door het uitbaten van een kerncentrale dit ook mag doen?
Tja, dan voelt u ook wel aan dat vergelijkingen hoogstzelden handig zijn.
Felix Meurders had geen omgekeerde mediatraining gehad
Toen ik vroeger net als perswoordvoerder was aangesteld heb ik het vaak genoeg moeten horen. ‘Waarom heb je dat toen niet geantwoord toen die journalist je die vraag stelde?’, Hoorde ik mijn management dan vaak roepen. Net als die keer toen oud-journalist Felix Meurders mij ooit eens vroeg of het ontsnapte gas giftig was? Maar gelukkig had ik mediatraining gehad. ‘Als u met uw vraag bedoelt, of er gevaar is voor mens of milieu dan is daar volgens de metingen van de brandweer momenteel geen enkele aanwijzing voor’ , antwoordde ik keurig. Gelukkig had Felix in die tijd nog geen omgekeerde mediatraining gehad. Anders had hij zich met dit antwoord niet met een kluitje in het riet laten sturen.
Intussen zijn de tijden veranderd. Stel dat Felix Meurders had volhard in zijn vraag of die stof nu wel of niet giftig was? Weet u dan wat u had moeten zeggen? Zo niet of als u twijfelt, dan wordt het wellicht ook voor u weer tijd voor een mediatraining of een stevige fresh up…